Verhaal

Bakker Telgenkamp & Zn.

Auteur: 
Uit: De Wiezer

Bakker Telgenkamp & Zn.
Historische Kring Wederden

Fotobijschrift groepsfoto: van links naar rechts (achterste rij) Dinie, Moeder Marie, Annie, Antoon, Vader Bart en Tonnie (voorste rij) Jan, Ria en Bert.

A.H. Telgenkamp zag het levenslicht in 1900 in Wierden. In de twintiger jaren was hij chef bij de coöperatie in Deventer. En daar in Deventer leerde hij zijn vrouw kennen, Marie Westervoorde, geboren in 1906. Ze trouwden en krijgen tien kinderen, een groot gezin.
Aan de Oude Zwolsestraat 3 begint hij een bakkerij met een bijbehorende winkel . Ze hebben twee inwonende knechten en een dienstmeisje en daarbij nog een 'bestedeling' of voogdijkind. Dus je kunt wel stellen dat het een huis vol was, maar het huis was groot genoeg. Als het 's winters koud was, hadden ze niet genoeg dekens en sliepen er drie kinderen in één bed.
Het was hard werken, niet alleen voor de bakker, die overigens vaak benauwd was, maar natuurlijk ook voor de moeder en oudste dochter Tonny. Ze konden bijna niet wachten tot ze van school afkwam, want dan konden ze een dienstmeisje uitsparen. Buiten het normale huishoudelijke werk moest ze ook iedere avond de sokken nakijken en de kapotte stoppen. En die waren er regelmatig. 's Maandags na de was moest er ook kleding worden versteld.
Ook de kinderen moesten helpen met koekjes inpakken, maar ze mochten niet zo maar kapotte koekjes opeten: er was een stelregel 'eerst vragen en dan opeten'. Ook het inpakken van de beschuiten werd door de kinderen gedaan en pa hield altijd wel een oogje in het zeil, vooral ook dat ze voor die tijd de handen wasten.
Zondags uit de kerk kwamen mensen uit Hoge Hexel nog even een half pond koekjes halen en bij het betalen vroegen ze de bakker of het iet iets goedkoper kon, maar daarbij vergaten ze al de twee kopjes koffie met een koekje die ze al op hadden!
Bakker Telegenkamp ventte ook in de Huurne. Er werd gevent met de bakkersfiets, maar ook met paard en wagen werd er wel brood rondgebracht. De knechten bakten eerst brood en gingen daarna het brood uitventen. Ook de kinderen hielpen vaak. En als er ergens een 'stoetn' was vergeten dan werd deze na bezorgd, bang om een klant te verliezen. Ook de kinderen mochten op school geen ruzie maken, want dat konden ook wel kinderen van klanten zijn.
Voor het bereiden van deeg was er een kneedmachine en voor het gebak een klutsmachine en natuurlijk ovens om het brood te bakken.
Vanwege zijn benauwdheid moest bakker Telgenkamp stoppen met het bakken van brood en besloten ze om het brood van Dijkers uit Almelo te betrekken. Zoon Bennie moest het maar overnemen toen moeder het teveel werd. Bennie heeft nooit zelf gebakken maar altijd gevent.
Bakker Bart Telgenkamp overleed in 1963.

Reacties

Onderdeel van het thema: