Verhaal

De Melkventers (DE WIEZER 2016-11-29)

Auteur: 
100 Jaar vervoer

Ooit kwamen ze allemaal aan de deur:

De melkventers.

Wierden heeft in de loop van de eeuw vele melkventers gekend.

Over een aantal van hen wordt verhaald in dit artikel, maar niet voordat we

u een herinnering verteld hebben: “de melkboer van vroeger had een paard

en als dat paard gezond was, poepte het elke dag in dezelfde straat.

Als kind vond je dat prachtig! De staart ging koninklijk omhoog

en vervolgens ploften de vijgen achter elkaar op straat, tot er zich een

berg had gevormd ter grootte van een molshoop.

Het mooist was het in de winter als het vroor en de vijgen al na korte tijd een zekere mate

van hardheid kregen. Hierdoor kon je ze zonder vieze handen te krijgen,

oprapen en er anderen mee bekogelen”. En ieder zal zo zijn eigen

herinneringen hebben aan de melkboer.

Toen in 1943 het door de Duitse bezetters gedicteerde standaardisatiebesluit

van kracht werd, was het de bedoeling dat het geheel afgelopen

was met de rechtstreekse verkoop van melk van de boer aan

particulieren. Vier melkventers kwamen vervolgens in dienst van Zuivelfabriek

‘De Samenwerking’, te weten J. Aalvink, Becking, H. Boom en M. Heerdink.

Om u een indruk te geven van de grootte van de wijk waar gevent

moest worden: Boom had begin jaren veertig de melkwijk overgenomen

van Keppelink en ventte met zijn driewieler de Rijssensestraat,

het Van den Bergplein, de Almelosestraat, de Oude Almeloseweg, de

Aadorpsweg en later ook nog de Grote Maat, voorwaar geen geringe wijk.

Gemiddeld zes bussen melk van veertig liter op de kar, alleen de

bus met karnemelk was iets lichter, te weten dertig liter.

Karnemelkspap verkocht men in flessen, yoghurt en andere zuivelproducten werden

toen nog niet verkocht.

Strenge winters waren ook voor de melkventers een groot probleem.

Er werd geen sneeuw geruimd of zout gestrooid zoals nu gebeurt.

Als er een dik pak sneeuw lag kwam de melkventer er met zijn zwaar beladen

driewieler niet door.

In de jaren zestig werd de driewieler vervangen door de zogenaamde

mechanische hond; mechanisering in de bedrijfstak. Ook met gladheid

was dit vervoermiddel een probleem en moesten helpende handen de

melkboer uit de brand helpen. Begin zeventiger jaren trad er verbetering

op en kwam er de elektrische kar met een overdekte zitplaats en

tevens een koelgedeelte voor de producten.

 

Bron: Honderd jaar vervoer

Reacties