Verhaal

De Meteor van Ypelo

Auteur: 
Samengesteld door Henk Hommers en Kees Kroon

Op 27 februari 1952 maakte een Gloster Meteor straaljager een noodlanding in Ypelo. Hieronder hetgeen we over dit voorval aan de weet zijn gekomen.

De Gloster Meteor

De ontwikkeling van dit toestel (met name de motoren) begon reeds in 1940. Het eerste prototype koos het luchtruim op 5 maart 1943. De Gloster Meteor beleefde zijn eerste operationele inzet door de Royal Air Force (RAF) op 17 juli 1944 bij 616 Squadron en werd na de capitulatie van Nazi-Duitsland (het begin van de koude oorlog) vrijgegeven voor export naar andere landen. De Meteor werd zo, behalve bij de RAF, ook het standaard-jachtvliegtuig van Luchtmachten van de Australië, België plus Nederland en kwam ook in gebruik bij de Israëlische Luchtmacht.

Vanaf de zomer van 1948 tot in 1959 had de Nederlandse Luchtmacht circa 260 exemplaren van de Meteor in dienst. Bij Fokker in Amsterdam-Noord en Aviolanda in Papendrecht werden in totaal 330 toestellen gebouwd, de eerste grote naoorlogse bouwopdracht voor de Nederlandse luchtvaartindustrie. De eerste versie van de Meteor in Nederlandse dienst was het type F4, gevolgd door type F7 (trainer) en F8. De types F4 en F7 hadden geen schietstoel, deze (type Martin Baker) werd met ingang van type F8 wel ingebouwd.

Met de Gloster Meteor zijn meer ongelukken gebeurd dan met enig ander type vliegtuig uit de geschiedenis van de Nederlandse militaire luchtvaart. Ten minste 78 Meteors zijn verongelukt of hebben noodlandingen gemaakt, waarbij meer dan 40 vliegers om het leven kwamen.

*Specificatie Gloster Meteor F4:
Bemanning:    1
Motoren:    2 x Rolls Royce Derwent 8        Vermogen:    2 x 15,6 kN
Snelheid:    max. 965 km/h                         Hoogte:    max. 13.106 m
Vluchtbereik:    max. 965 km                      Gewicht:    leeg 4.846 kg; max 7.121 kg
Spanwijdte:    11,32 m                                 Lengte:    13,59 m
Hoogte:    3,96 m                                        Bewapening:    4 Hispano kanonnen 20 mm

Meteors op Twenthe

Op 27 juni 1948 arriveerden de eerste drie Gloster Meteors F4 op Twentse bodem en werden ingedeeld bij de JVS (Jacht Vlieg School), toen nog uitgerust met Spitfires (bekend uit de Tweede Wereldoorlog). Nog geen jaar later werden de Spitfires afgestoten en werd vanuit de JVS op 15 november 1948 het eerst operationele luchtverdedigingssquadron opgericht (nr. 1 Squadron) dat op 28 januari 1949 werd overgeplaatst naar de vliegbasis Leeuwarden en omgedoopt werd tot 323 Squadron. Op 15 mei keerde 323 Sqn. vanaf Leeuwarden terug op Twenthe met de meerderheid van hun Meteors. Het toestel met de registratie I-63 arriveerde op 18 mei 1951 op Twenthe. Een week later werden er nog drie Meteors vanaf Leeuwarden naar Twenthe overgevlogen, waarbij aangetekend kan worden dat de I-51 waarschijnlijk op 26 mei arriveerde en op 20 juni volgde nog de I-35 (later Y9-5). Op 21 april 1952 vertrekt 323 sqn. van Twenthe om voorgoed op de vliegbasis Leeuwarden te worden gestationeerd, waar het in de vijftiger jaren de rol van schietschool voor de KLu op zich neemt, zowel voor vliegers als voor instructeurs.

De Meteor van Ypelo

Het toestel dat in Ypelo een noodlanding maakte was van het type F4, werd niet door Fokker gebouwd, maar werd overgenomen van de Royal Air Force met RAF-serienummer VZ390 en kreeg de KLU-registratie I-63. Het kwam op 17-2-1950 in Nederlandse dienst, werd op 19-6-1950 ingedeeld bij 325 Squadron op Leeuwarden, op 3-8-1951 bij 323 Sqn. op Twenthe en op 8-9-1951 bij 327Ssqn. op Volkel. Op 5-10-1951 kwam het toestel (weer) bij 323 Sqn. op Twenthe terecht, waar het de squadroncode Y9-9 (Y9 voor 323 Sqn. en 9 voor het vliegtuig) kreeg.

De Meteor-vliegers van alle KLU-squadrons oefenden frequent in het luchtgevecht en aanvallen op gronddoelen en die van 323 sqn. deden dat ook op de middag van 27 februari 1952.
Vanaf Twenthe stegen een aantal secties (twee vliegtuigen) op, waarbij elke sectie een kleur als code kreeg aangewezen. Eén van de vliegers die aan deze oefening deelnamen was sergeant-vlieger Arend de Waard (uit Deventer) die de Meteor type F4 met de code Y9-9 vloog. Hier onder volgt een weergave van het formele rapport over zijn belevenissen die dag inzake zijn noodlanding in Ypelo:

De Waard vloog als nummer 2 (naast de leider = nummer 1) van de Amber-sectie (2 vliegtuigen) tijdens een schietoefening. Boven het oefengebied aangekomen heeft hij de brandstofvoorraden in de verschillende tanks gecontroleerd en gezien dat deze ruim voldoende waren.

Direct na de oefening stopte de linker motor van de Meteor plotseling. Na controle van de hoeveelheden brandstof bleek dat de meter van de tank voor de linker motor “nul” aanwees terwijl de rechter “geheel vol” aangaf. De conclusie van de Waard was dat het voorste gedeelte van de hoofdtank (dat de brandstof voor de linker motor bevat) niet was bijgevuld vanuit de tank onder de romp van het toestel.
Hij verrichtte de voorgeschreven handelingen bij het uitvallen van een motor en besloot terug te keren naar de basis (Twenthe). Meteen nadat hij zijn leider hier van in kennis had besteld, viel ook de rechter motor uit. De Waard stelde zijn leider ook hier van in kennis en van zijn besluit om een noodlanding te maken.

Zijn hoogte was op dat moment ca. 1.000 m. en hij begon een zweefvlucht met een snelheid van ruim 330 km. per uur, tegelijkertijd een bocht makend van 180 graden om goed voor het veld te komen dat hij voor zijn noodlanding op het oog had. Op zeer lage hoogte gekomen deed de Waard de vleugelkleppen en de remkleppen uit om zo snel mogelijk snelheid te verminderen.

Voor het veld stonden verschillende jonge boompjes die geraakt werden waardoor het toestel nog eens extra afgeremd werd en waardoor het een helling naar rechts kreeg. De Waard probeerde dit laatste zo veel mogelijk te herstellen, wat niet geheel lukte, met als resultaat dat de Meteor met de rechter vleugel enigszins naar beneden het veldje bereikte. Het veldje bleek echter iets hoger gelegen dan de omgeving, waardoor de rechter vleugel en rechter motor van de romp werden gescheurd en het toestel ongeveer 20 graden uit de koers raakte.

De Meteor kwam na ca. 150 m. tot stilstand en de Waard kon het (gelukkig) ongedeerd verlaten. De schade was aanzienlijk: De rechter vleugel was volkomen verwoest, de rechter motor lag op ca. 30 m. van het vliegtuig, de linker motor was omhoog gedrukt door beplating van de vleugel heen, de onderzijde van het toestel was vrijwel geheel vernield en de staart en rompsectie waren verwrongen en gebroken.

Ooggetuigen

De heer Herman Broeze (Ypelo/Markelo) was ooggetuige van de noodlanding van de Meteor in Ypelo op 27 februari 1952. De heer Herman Broeze (Dieren) stuurde ons de nodige gegevens per email. Het onderstaande geeft een goede indruk van het geheel.

Ik was die middag rond half vier op het land aan het werk toen ik een toenemend fluitend geluid hoorde. Ik keek om me heen om te zien wat dat was, want het was een vreemd geluid dat niet thuis hoorde in onze agrarische omgeving. Boven het Mokkelengoor zag ik een vliegtuig op zeer lage hoogte met behoorlijke snelheid naderen en pal op de boerderij de Hos (ter Horst) aanvliegen.
Het zat reeds zo laag dat het de toppen uit twee berken vloog die aan de Ypeloweg stonden (nu nog slechts één), op de hoek van de toegangsweg tot de Hos.

De vlieger moet gezien hebben dat hij recht op de Hos afkoerste, maakte een bocht naar rechts om die te ontwijken en meteen daarna een bocht naar links om het voor hem opdoemende (nu) erve Heimerink ook te ontwijken. Na die laatste bocht scheerde het toestel op een paar meter hoogte vlak over een houtwal achter de Hos heen. Het raakte echter met zijn rechter vleugel wel de jonge uitlopers van boomstronken van een tweede houtwal (pal achter de eerste).

Vlak achter deze tweede houtwal kwam het toestel met een behoorlijke klap in het weiland terecht en maakte een flauwe draai naar rechts, waarbij er stukken van af vlogen die verspreid terecht kwamen. Een motor lag enkele tientallen meters van het toestel verwijderd. Dit weiland ligt aan de zuidzijde van erve Heimerink, naast de huidige grote rundveestal. De vlieger kon er gelukkig ongedeerd uitstappen.

Het duurde niet al te lang voordat er de nodige militairen en politieagenten ter plekke waren die het perceel rondom het vliegtuigwrak afzetten. Het erve Broeze stond vol met militaire voertuigen en het hele gebeuren was met de nodige geheimzinnigheid omgeven. Het wrak werd dag en nacht bewaakt, maar sommigen van de bewakers waren een enkele zeer nieuwsgierige “noaber” evenwel ter wille en stonden toe (bij de aflossing van de wacht) dat er even in de cockpit mocht worden plaatsgenomen. Ook de schoolklas van dhr. Broeze (Dieren) werd een kijkje gegund.

Vanwege de drassige grond moest er vanaf de Ypeloweg met staalplaten een toegangsweg naar het wrak worden aangelegd, zodat de zware bergingsvoertuigen (o.a. een kraan) hun werk konden uitvoeren, waarna de wrakstukken werden afgevoerd op twee diepladers. Dit gebeurde enkele dagen na de noodlanding.

Tot zo ver de heren Broeze.

Trouw

Het dagblad Trouw wijdde een dag later (28 februari 1952) een artikel met een foto van het wrak aan dit ongeval, waarin onder meer het volgende wordt vermeld:

Straaljager-piloot maakte geslaagde noodlanding.
Een straaljager van de vliegbasis Twente is Woensdagmiddag omstreeks halfvier in Ypelo, 2 km. van Almelo, verongelukt. De piloot, de 21-jarige sergeant-vlieger A. de Waard uit Deventer, bleef ongedeerd. Sergeant De Waard vloog in een formatie in de omstreken van Almelo. Op de terugweg naar de vliegbasis, toen de toestellen op een hoogte van ongeveer 2000 meter vlogen, sloeg een motor van het toestel van De Waard af. Enige ogenblikken later viel ook de andere motor uit.
De piloot werd gedwongen een landing te maken en keek uit naar een geschikte landingsplaats. Achter de school in Ypelo zag De Waard een bouwland en hier in probeerde hij het toestel aan de grond te zetten. Na een groep bomen en een boerderij te hebben ontweken kwam het toestel met een snelheid van tenminste 200 km per uur op het bouwland aan de grond. Brokstukken van het toestel werden honderden meters verspreid. De rechter-motor lag op tientallen meters naast het vliegtuig. De rechtervleugel werd geheel vernield.
De bestuurdersplaats bleef onbeschadigd. Geheel ongedeerd stapte sergeant De Waard uit zijn machine.
* * * * * * * * * * * * *

Onderzoek wees uit dat Sgt. de Waard niet op de hoogte was dat een bepaalde knop zowel links- als rechtsom kon worden gedraaid om de brandstoftoevoer vanuit de tank onder de buik van het toestel naar de tanks voor de beide motoren te regelen. Dit werd hem echter niet aangerekend, daar de betreffende modificatie pas in latere versies van de Gloster Meteor werd ingevoerd en dit blijkbaar niet of onvoldoende was gecommuniceerd naar de vliegers. Eén van de rapporten vermeldt: “De vlieger heeft na het afslaan van de linker motor goed gereageerd en de noodlanding zelfs op een behoorlijke manier uitgevoerd”. Opvallend is dat het zelfde toestel de dag voor de noodlanding zijn buiktank verloor boven Borne.

Na dit ongeval werden er verbeteringen aan de Meteor F4 aangebracht die er voor zorgden dat de problemen met de brandstofvoorziening, zoals sergeant de Waard die meemaakte, tot de verleden tijd gingen behoren. Sergeant-vlieger Arend de Waard bracht het er gelukkig ongedeerd van af, maar de schade aan de Gloster Meteor Y9-9 van 323 Squadron van de vliegbasis Twenthe werd bepaald als “Categorie vijf”, hetgeen “onherstelbaar” betekent. Het toestel werd (na berging) op de vliegbasis Twenthe gesloopt, waarna de nog goede onderdelen voor hergebruik werden bestemd.

*Bronnen, enz. zijn bij de auteurs bekend.

Wierden, december 2016
Stichting Historische Kring Wederden

Reacties