Verhaal

De oprichting van het Wit Gele Kruis

Auteur: 
Uit: De Wiezer

De oprichting van het Wit Gele Kruis
Historische Kring Wederden

Fotobijschrift: Het Theresiahuis, het eerste onderkomen voor het Wit Gele kruis, dat werd gesloopt in 1981 ten behoeve van de uitbreiding van het Sint Jansgebouw. Foto uit 1938.

Aan het eind van 1928 ontstond er wrijving tussen Katholieken en niet-Katholieken. Door de verzuiling werden ook binnen het kruiswerk de meningen ernstig verdeeld. Jammer genoeg werd het doel van de kruisvereniging naar de achtergrond geplaatst en werd religie de basis voor het uiteenvallen van een 'gezond' gezamenlijk initiatief. Het leidde zelfs tot een gesprek op hoog niveau in Den Haag waar de Minister van Volksgezondheid bij aanwezig was. Op de vergadering van het Groene Kruis van 30 april 1929 werden alle katholieke leden geroyeerd omdat ze geweigerd hadden de contributie te betalen. Echter deze werd kort na het gesprek weer opgeheven.

De oprichtingsvergadering van het Wit Gele kruis werd gehouden op 21 mei 1929. De bijeenkomst werd door 126 personen bezocht en stond onder leiding van pastoor Meijerink. Deze deelde mee dat er zekerheid bestond dat men een wijkverpleegster zou krijgen en wel de Eerwaarde Zuster Tobia afkomstig van de zusters Franciscanessen uit Denekamp.

Tot eerste bestuursleden werden gekozen als voorzitter Zeereerwaarde heer pastoor Meijerink en als leden de heren K.J.H. Dorren, B. Tijhuis, J.A. Ros, en J.A. van Hessen. Het huishoudelijk reglement en de statuten werden vastgesteld.
De tweede ledenvergadering had plaats op zondag 28 juli 1929. Op deze vergadering deelde de voorzitter mee dat er een bedrag van ƒ 2000 door de parochianen bijeen was gebracht voor het aanschaffen van de verplegingsartikelen. In deze vergadering was pastoor Meijerink benoemd tot Geestelijk adviseur, hij trad daarop af als voorzitter en diende er een verkiezing plaats te vinden van een nieuwe voorzitter. De heer K.J.H Dorren kreeg de meeste stemmen tijdens de vergadering en werd benoemd tot voorzitter. Vanwege het uittreden van pastoor Meijerink was er in het bestuur een vacature ontstaan. De heer G. Oude Middendorp werd als nieuw bestuurslid gekozen.
De pastoor deelde in zijn afscheidsspeech mee dat er bisschoppelijke goedkeuring was verkregen, en Koninklijke goedkeuring was aangevraagd. Deze werd in augustus 1929 verleend.
De huisvesting vond de eerste jaren plaats in het klooster naast het Sint Jansgebouw. In het Theresiahuis was een kleine ruimte ingericht waar de wijkverpleegster haar werkzaamheden verrichtte.

Reacties

Onderdeel van het thema: