Verhaal

Geschiedenis van Wierden

 

Geschiedenis Wierden

"Wierden is een uitmuntend akelig dorp, en de burgemeester der gemeente woont op Luijerweerd. Vóór wij 't logement van den gemeente-assessor Nollen bereikten, wachtte ons eene geduchte marteling op de straatstenen. Voor een voetganger zal een wandeling daarover hoogste onaangenaam, voor een podagrist moet zij gruwelijk zijn. Gaarne geloven wij, dat zulk een lijder uit het Vorstelijk 's Hage, in den zomer van 1845 eenen gezondheidstoernée door Twenthe makenden, op deze straat stil hield, en tegen den geregtsdienaar smeekend uitriep: "Een bankje van duizend Gulden geef ik hier voor ééne el asphalt!"

Een passage uit het boek: "Meine Reisportefeuille" van Harm Boom in 1846 geschreven, toont aan, dat er in Wierden in de loop der jaren het nodige is veranderd. Een naamgenoot van Harm, de journalist Henk Boom, schreef nog niet zo lang geleden na een bezoek aan Wierden in een regionale krant:"alwaar ik mij kan overtuigen dat er de afgelopen 136 jaar wel degelijk iets is gebeurd. Ach, had Harm nog maar geleefd. Hij zou - ik vermag daar niet aan twijfelen - opnieuw de dichter Kantelaar hebben geciteerd met een klein variant in slechts één regel: "Ja Wierden, 't pronkjuweel der aard"...."

Een tikkeltje overdreven misschien, de waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Zeker is dat Wierden, behalve Harm en Henk, vele andere gasten heeft ontvangen. De meesten op doorreis. Wierden heeft als verbindingsplaats door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld.

PLEISTERPLAATS VOOR REIZIGERS
Het dorp Wierden was omstreeks 1400 een pleisterplaats aan de grote heirwegen van Deventer en Zwolle naar Duitsland. Een grote waterplas van "een uur gaans" scheidde Wierden van Almelo. De verbinding had tot omstreeks 1405 plaats per schuit. In 1405 werd namelijk een dijk aangelegd.

DE NAAM WIERDEN
In verband met de ligging van een grote waterplas tussen Wierden en Almelo wordt de naam Wierden uitgelegd. Het zou te maken hebben met een kunstmatige hoogte ter bescherming tegen het water, zoals terpen, hillen, warden, wierden. Volgens velen lijkt deze afleiding niet waarschijnlijk, aangezien deze terpen of wierden hoofdzakelijk in het noorden van ons land voorkomen.

Het is zeker dat de naam Wierden is afgeleid van Wederden. Wederden zou kunnen betekenen "bevloeide strook grasland langs een rivier". In het Overijssels schattingsregister treffen we als omschrijving aan: Wederdem (1323), Wederden (1334), Weerden (1450), Wederden (1456), Wedderen (1531), Wijrden (1551) en Wierden in 1670.

De naam Wederden treffen we ook al aan op schrift, dat dateert uit het eind van de dertiende eeuw. In een lijst van leengoederen van de Herrschaft Steinfurt uit 1280 wordt gezegd, dat "Ecbertus de Almelo miles tenet jure homagii duas domos in Wederden er duas domos in Elsne".

De grond tussen de dorpen Enter en Wierden stond, zo vertelt de geschiedenis, in de middeleeuwen driekwart van het jaar onder water. Tussen Wierden en Rijssen lag heide evenals verder naar het noorden tot aan het dorp Hellendoorn.

TOL
In 1405 werd een overeenkomst gesloten tussen de heer van Almelo en de bisschop Fredrik van Blankenheim, heer van Overijssel. Deze leidde ertoe dat dwars door het moeras tussen Wierden en Almelo een dijk en daarmee een verbinding over het land, werd aangelegd. Om gebruik te kunnen maken van deze verbindingsweg moest men tol betalen. De tolboom stond ter hoogte van het "Schottenhuis", een voormalige Wierdense herberg, die stond ongeveer op de plek waar het woonhuis van Plaggemars (vlakbij hotel De Zwaan en nu appartementencomplex De Zwaan).

Voordat men de tolboompalen mocht passeren, moest men eerst het nodige tolgeld betalen. (In 1749 was dat "van een beslagen wagen" twee stuyvers, twee doyten, van een yder persoon, die daar in sit één stuyver enz.) Het vroegere tolbordje hangt nu in Huize Almelo. De vroegere tolboompalen kunnen gezien worden als een poort en in dit verband wordt door velen uitgelegd dat Wierden daarom "De Poort van Twente" is.

WIERDEN ALS VERBINDINGSPLAATS
In 1405 ging de postkoets van Deventer naar Bentheim door Wierden. Daarmee werd Wierden een belangrijke verbindingsplaats en is dat eigenlijk tot op de dag van vandaag gebleven. Het drukke verkeer wordt tegenwoordig voor een groot deel om het dorp Wierden heengeleid via de rondweg door Het Zuidbroek.

Geruime tijd geleden was de situatie duidelijk anders. Toen schreef "Observer" in de Wierdense Courant: "Het kan er soms druk zijn in ons goede dorp, vooral wanneer de spoorbomen aan de Nijverdalsestraat of in Almelo hebben dichtgezeten. Dan komen soms hele rijen voertuigen van allerlei soort een plotselinge verkeersdrukte veroorzaken. Op het Burgemeester Van den Bergplein is het dan bijkans onmogelijk de andere zijde van de straat te bereiken. Het verkeer speelt dan in ons dorp een grote rol en geeft onze politiemannen meermalen handen vol werk."

"En kende Wierden veertig jaren geleden ook al verkeersproblemen?" vraagt Observer zich af in een krant uit 1960. "Nou en of!" Wierden was op verkeersgebied zelfs berucht. Hoe dat kwam? Door twee zeer gevaarlijke punten. "In de eerste plaats de nauwe entree van ons dorp aan het begin van de Almeloseweg (de slechts enkele meters brede weg liep tussen een woning en een schuur door) en ten tweede de nauwe doorgang bij het toenmalige postkantoor (de nauwe ruimte tussen de schuur van Van Buuren en de woning van de heer F.H. van der Kolk)." Dat moet dus rond 1920 zijn geweest.

AVONTURIERS
Vele onrustige zwervers en internationale avonturiers hebben in Wierden overnacht. Later was het vooral in de jaren 1662-1672 "dat vele vreemde officieren, oversten, hoflieden, vaandrigs, overnachtten en er vele kannen bier en wijn dronken".

De straatweg van Deventer naar de Hannoverse grenzen kwam in 1819 tot stand. En het moet deze straatweg zijn, waarover Harm Boom in 1846 klaagde: "eene geduchte marteling op de straatstenen." Het valt achteraf moeilijk te controleren of ook de vele andere reizigers, die door Wierden, "'t plaatsje, dat in 1845 door eene hevige ziekte werd geteisterd", trokken, het met Boom eens zijn "dat ons nooit het heimwee naar het Twentsche Wierden zou overvallen" ondanks dat de inwoners "goed van aard zijn, lekkere stoet en brood bereiden, op alle uur van den dag een glaasje klare jenever met suiker lusten, en ook gaarne een ander daarvan laten proeven".

BISSING
Bekend stond Wierden in vroeger jaren om zijn Bissing. Dat was een jaarlijks terugkerende markt, die 's woensdags ná de tweede zondag in juli werd gehouden. Van heinde en ver trok men naar deze Bissing, waar van alles te koop was: "Van wagenwielen zonder beslag, warme worst en spek, tot pillen en drankjes van de kwakzalver".

In de vorige eeuw verdween de Bissing en kwam de "Sunte Merten", de St. Maartensmarkt met de daaraan vele jaren verbonden Jennechiesmarkt, er voor in de plaats op de eerste maandag van november.

MIDDELEN VAN BESTAAN
Voor 1800 leefde de Wierdense bevolking vrij sober. Rijk was de rond de 5000 zielen tellende bevolking niet. Voor vele geslachten waren de landbouw en het weven de middelen van bestaan. De huisweefkunst werd zowel in het dorp als in de buurtschappen beoefend. De landbouw en (thuis)weverij gaven kleding, dekking en voedsel. In het gemeentewapen vindt men deze belangrijke bronnen van inkomsten terug: de weversspoel en de korenaar.

De landbouw en de industrie vormen tot op de dag van vandaag voor Wierden de belangrijkste bronnen van inkomen.

In de negentiende eeuw kwamen de landbouw en de industrie meer tot bloei. De huisweverijen verdwenen met de komst van de machinale weverijen, waarin velen werk vonden. Industrie en landbouw gingen hand in hand. Na de aanleg van de spoorwegverbindingen Almelo-Zwolle (1880) en Almelo-Deventer (1888) kon Wierden zich gelukkig prijzen met een gunstige ligging aan twee niet onbelangrijke spoorwegverbindingen. Ook al omdat Wierden verstoken was van een behoorlijke waterwegverbinding, waren deze spoorwegverbindingen van economisch belang voor het dorp.

Zo voerde stoomspinnerij "Koningin Sophie der Nederlanden" (Ten Bos) grondstoffen en kolen (voor de ketels) per spoor aan, de Wierdense Exportslachterij (Coveco) verlaadde veel vlees per wagon, de firma Koudijs kreeg via een aansluitspoor haar veevoeder binnen en ook de voormalige boerenbond "Rectum - Ypelo" en de brandstofhandelaren hadden voordeel bij het spoor.

HISTORISCHE KRING
De Historische Kring Wederden is actief bezig met de geschiedenis van Wierden.

 

Reacties

afbeelding van caroline desloover
Mijn moeder heeft verhalen uit haar jeugd dat ze met een rotterdamse buurtvereniging op kamp ging naar Wierden. Logeerde op een grote boerderij waar de opa een klompenmakerij had. 1946 ? Zijn hier foto,s van? is hier archief over? vriendelijke groet.
afbeelding van jbroeke
Dit zullen we eerst uit moeten zoeken. Is er niet meer bekend over de boerderij en de klompenmakerij? Hoe meer gegevens we hebben hoe makkelijker we er iets over kunnen vinden.