Verhaal

Uit het archief van Wederaardigheden, Gé Té.

Auteur: 
Uit: De Wiezer

Fotoonderschrift:  G. Teunis met zijn schoonmoeder G. Nagel voor Appelhofdwarsstraat 3

Uit het archief van Wederaardigheden, Gé Té.

Met enige regelmaat publiceert de Historische Kring een gedicht van GéTé, pseudoniem van de vroegere Wierdense brandstoffenhandelaar Gerrit Teunis. In onze bibliotheek hadden wij al zijn bundel
"Lichtflitsen en Schaduwvlekken" en enige tijd geleden kwamen wij via nabestaanden in het bezit van een groot aantal door hem geschreven en nooit gepubliceerde gedichten waarvan wij vrijelijk gebruik mogen maken voor ons blad Weder-Aardigheden.

Maar wie was nu eigenlijk deze GéTé ?

Gerrit Teunis werd geboren in 1895 op de Bekkenhaar in de gemeente Wierden en is opgegroeid op de boerderij van zijn ouders aldaar. Hij ging naar de -toen nog- openbare lagere school in Hoge Hexel. Gerrit had twee broers. Hij zelf  en één van zijn broers zochten later hun eigen weg en één broer bleef op de boerderij.
Uit de verhalen blijkt dat Gerrit opgroeide als een gewone jongen met normale deugden en ondeugden, een jongen die wel iets durfde en zeker van een grapje hield.
Op catechisatie, waarvoor je wekelijks een flink stuk catechismus uit het hoofd moest leren, had hij een uit het psalmboekje gescheurd blaadje als spiekbriefje in z'n pet gestopt om zijn geheugen op tijd tot steun te zijn. Toen hij dan ook prompt een beurt kreeg hield hij het boekje omhoog om te tonen dat hij niet afkeek, maar... keek tegelijkertijd met een schuin oog ook in de pet.
Toen de wat oudere meisjes uit de buurt al een vriendje hadden en 's avonds in het donker een wandeling maakten kropen hij en enkele van zijn maats onder een laken en joegen de paartjes schrik aan door rond te spoken.
Op de leeftijd gekomen om aan het werk te gaan begint hij eerst bij Tilanus in Vriezenveen. Hij had echter al snel bekeken dat dit niets voor hem was  en deze periode duurde dus ook niet lang. Hij heeft het daar trouwens nog wel eerst tot 'baas'gebracht.. Hierna werkte hij als bakkersknecht op de Westerhaar en nog later zou hij voor zich zelf beginnen.
In 1921 is hij getrouwd met Johanna ten Brinke uit den Ham. Het echtpaar kreeg drie zonen en twee dochters. Begin twintiger jaren begon Gerrit met een handel in turf, zelf gestoken weliswaar. De familie had een eigen stuk veengrond aan de Bekkenhaar en daar kwam zijn eerste handelswaar vandaan. Het moet zeker geen gemakkelijk leven zijn geweest. Zijn leveranties bracht hij met paard en wagen, o.a. naar Goor, en op die tochten hield hij koffiepauze bij café de Boone in Enter....'s morgens om zes uur !  Enige tijd later kwam de kolenhandel er bij.
Hij is begonnen met zijn bedrijf aan de Stationstraat tegenover de smederij van 'de Lesscher'. Nog wat later verhuisden gezin en bedrijf naar de Appelhofdwarsstraat ( hetgeen vele ouderen zich zeker nog zullen herinneren). Actief als hij was had hij overal in de regio boeren als wederverkopers aangesteld. Dat waren echter mensen die geen z.g. erkenning hadden en dat was dus niet toegestaan. Hij liep daarmee een fikse bekeuring op van duizend gulden ( in die tijd een kapitaal) en werd uitgesloten door de Staatsmijnen wat betekende dat hij geen kolen meer kreeg. Via de bekende meester Gierveld (hoofd van de openbare school) - één van de weinigen in Wierden die Frans sprak in die tijd - kocht hij kolen in Charleroi in België. deze werden per schip naar Goor vervoerd en daarna verder met trailers naar Wierden.

G. Teunis met op achtergrond de kolenloods achter Appelhofdwarsstraat 3

Regelmatig ook maakte hij met paard en wagen de tocht naar Eerde waar hij de Quakerschool tot klant had. Het was ook toen crisistijd en er werd van alles uitgedacht om brood op de plank te houden. Zo vervoerde hij voor de Exportslachterij grote ijsblokken vanuit Deventer naar de fabriek in Wierden. Hij heeft zijn leven lang hard gewerkt, soms dag en nacht. En toch nam hij bij tijd en wijle de gelegenheid waar om een grap uit te halen, daar hield hij wel van. In het voormalige gebouw van de Kringloop aan de Appelhofdwarsstraat zat vroeger de garage van 't oale Van den Broeke', de oude Gerard. Nu stond daar ook een veewagen met achterklap. Buurjongens, waaronder één van de jongens Höften, hadden daar kattekwaad uitgehaald. Teunis stopte hen in die veewagen, deed de klap dicht en heeft ze - met goedvinden van Mutti Höften- tot 's avonds laat laten zitten. Ook met werknemers van het station werden de nodige grappen uitgehaald wanneer hij daar moest zijn om af te rekenen
i.v.m. kolenoverslag en overheveling (alles werd in die tijd cash betaald). Over en weer kon men elkaars grappen goed en met humor verdragen. In die tijd was de uitdrukking 'kort lontje'  nog niet uitgevonden.
Gerrit moet een intelligente man geweest zijn en begiftigd met een waar dichterstalent. Honderden gedichten moet hij hebben geschreven door de jaren heen, zowel in het Nederlands als in het Twents.
Wij komen ze tegen van vóór de tweede wereldoorlog: politiek getinte  gedichten over Colijn, de S.D.A.P., bewindslieden uit de toenmalige regering en de Hitlertijd in de dertiger jaren. Maar ook stukken in de trant van Faust en Goethe. Over de oorlogsjaren waarin kolen op de bon waren - en altijd te kort -, over de zwarte handel en dat hij menigmaal tevergeefs aan deuren stond om zijn nota's betaald te krijgen. Gedichten over Kerstmis, Oud- en Nieuwjaar, Pinksteren, Pasen en Hemelvaart. En na de oorlog beschrijft hij de wederopbouw en met brede interesse alles wat zo rondom  hem en in de rest van de wereld gebeurde.
Wanneer vond hij tijd om te dichten bij zo'n druk bestaan ?
"Tja soms 's avonds, dan zat hij wel eens te schrijven, lekker warm met de benen in de oven van het fornuis". Maar wellicht heeft hij overal gedicht, niet alleen thuis.
B.v. als hij onderweg was of met zijn auto in het Westerveen stond. Ook wel op zijn kantoor, te zien aan de in het klad geschreven epistels aan de achterkant van een vel briefpapier of nota van de zaak. Verder vonden we schriften vol geschreven en zelfs achterin een kasboekje lezen we ettelijke aan zijn brein ontsproten stukken.
Hoe zagen zijn kinderen nu hun vader ? "Ondernemend en gedreven, ook wel humoristisch. Thuis altijd druk, ja, een harde werker". En ten aanzien van zijn dichtkunst ? "ach dat vonden we eigenlijk heel gewoon, niets bijzonders. Wel was het leuk als het vakblad voor de kolenhandel  'Gemeenschappelijk Belang' binnenkwam, dan lazen we wel direct zijn daarin geplaatste gedicht. En toen zijn gedichtenbundel "Lichtflitsen en Schaduwvlekken" uitkwam vonden we dat ook wel mooi.
Gerrit Teunis moet een zeer taalgevoelig en ook wat filosofisch ingesteld mens geweest zijn.
Hij las veel, las ook de klassieken en sprak graag met gelijkgeaarden over meer zinvolle zaken des levens.
Gelukkig heeft hij niet meer hoeven mee te maken dat door de komst van het aardgas het bedrijf moest worden opgeheven.
In 1962 overleed hij, 66 jaar oud. Gerrit Teunis heeft een bewogen leven gehad en is helaas niet echt oud geworden.

Met dank aan Mans Teunis.

Janny Palthe.

Reacties

Onderdeel van het thema: