Verhaal

Wierden Trouwt: de bruidskoe wordt opgehaald

Fotobijschrift: Tijdens een boerenbruiloft, echtpaar met bruidskoe. V.l.n.r. Wim van de Kolk, Herman Waalderink, Regien Klein Schaarsberg, Han Legtenberg, Janny ter Balkt en Jan Willem ter Balkt.

In het kader van de Expositie 'Wierden Trouwt' deze keer het verhaal: de bruidskoe wordt opgehaald; verteld door Bertus Rouweler.
Binnenkort zou de dochter van de buren trouwen: een groot feest met het nodige voorpret. Zoals gebruikelijk moest de vader van de bruid zorgen dat er een koe, de broedskoo*, enkele dagen voor de brulfte* klaar stond om opgehaald te worden. Dit zou een paar dagen voor de bruiloft gebeuren door de noabers* van de bruidegom en daar wilde de hele buurt natuurlijk wel bij zijn.
Deze keer zou het voor de mannen, die de koe moesten ophalen, niet te gemakkelijk worden gemaakt. Als de noabers er zijn, wordt er al snel naar de koe gevraagd die zij mee terug moeten nemen. Natuurlijk alle medewerking, maar de mannen mogen de koe zelf uit de stal halen. “In de stal... Veuran... Ie zeet hem zo stoan...” Op naar de stal. En inderdaad, daar stond de koe die meegenomen moest worden. Maar zo snel ging het allemaal niet. “Heeee... Dat geet neet... eerst mut wie d’r ene op nem’n...” De mannen konden niet weg zonder eerst een borrel te hebben gedronken op de komende brulfte. Dus mee naar binnen en vooral geen haast. Ondertussen werd de koe snel uit de stal gehaald en naar de stal van het noaberhuus* gebracht.
De vrouwnoaber* ging terug naar haar eigen huis, waar intussen de bruidskoe in de stal was gezet. Ze deed haar gewone werk roond ut hoes*, alsof er niets was gebeurd. Ondertussen hadden de mannen, die de bruidskoe op moesten halen, het jeneverglas leeg en wilden op pad met de bruidskoe. Terug in de stal: Geen koe... verbazing... verwarring... Wat nu!? Wie had er een geintje met ze uitgehaald? Want dat hadden ze al wel begrepen. Zo konden ze niet terug. De koe moest gevonden worden en meegenomen worden naar de boerderij van de bruidegom. Wat een afgang zou het anders zijn.
Al snel werd er ook gezocht bij de buren; de koe moest toch ergens zijn. De vrouw was zich van geen kwaad bewust. Zij speelt het spelletje mee. De mannen hadden niet eens door, dat ze haar al eerder hadden gezien die dag bij de boerderij van de bruid. “Nee... Hier is ginne aand’re koo... allene dee van oons.”
Maar ze mochten gerust in de stal kijken. De mannen wisten het al snel: hier stond echt de bruidskoe. Maar zo gemakkelijk ging het natuurlijk niet. De boerin, die was meegelopen, wist het ook het zeker: “Dïss’n koo??? Nee, den heurt oons!!!”
De mannen, toch overtuigd, dat dit de koe was die ze zochten, gingen de teek’ning* van de bruidskoe ophalen. Het bewijs, dat dit de bruidskoe was. Het mag duidelijk zijn, dat maar er zelden zoveel discussie kom zijn over de vlekken van een koe. Na nog een glaasje en daarna het nodige meuten* onderweg, kwam de bruidskoe eindelijk op de plek van bestemming.
Natuurlijk werd dit verhaal rondverteld. De afgang van de verdwenen bruidskoe werd uitgebreid besproken op de brulfte. Met de nodige ooo’s en aaa’s en ”ut tís toch wat”. En omdat niet iedereen van de bruiloftsgasten elkaar kent, werd dit voorval ook aan de buurvrouw verteld. En met een wel erg serieus gezicht zegt ze : “Dat zol mie neet gebeur’n”. Nee... Nee!

* brulfte = bruiloft
* bruidskoo = bruidskoe
* noabers = buren
* noaberhuus = boerderij van de buren
* vrouwnoaber = buurvrouw
* roond ut hoes = buiten, hier: op het boerenerf
* teek’ning = koeientekening (schets) met daarop de kenmerkende vlekken op de huid.
* meuten = de weg versperren en na het drinken van een borrel kan men verder.

Reacties

Onderdeel van het thema: